BT-16 Januari ’88 – sp

Mijn strijd om met een gewelddadig leven te breken

Eén uur zondagmiddag, in heb net ontbeten en zit nog wat na te boeren en wakker te worden als er gebeld wordt. Tegelijkertijd gaat ook de bel bij mijn bovenburen. Lieden die direkt op alle bellen drukken hebben meestal wat te verkopen of te collecteren of te zeuren. Zo ook nu. Mijn bovenbuurman doet open en inderdaad: ‘Mijn naam is Leo Snoek en ik wil graag met u over de bijbel praten.’ Ik zet mijn radio zacht en zorg dat ik uit de buurt van het raam blijf want ik heb geen zin om over de bijbel en Het Geloof te praten. Het duurt zeker tien minuten voordat mijn buurman de wandelende cassettespeler weer kwijt is maar niet nadat hij twee nummers van ONTWAAKT! heeft aangepakt.

In het decembernummer van ONTWAAKT! staat zowaar een verhaal over een Bekeerde Biker. Er staan twee foto’s bij; ééntje van een gelukkig gezinnetje, keurig in de kleren en vriendelijk glimlachend naar de kijker, en een foto van een Heavy Biker; baard, lang haar, te dik en een hele mooie Harley chopper. De hoeksteen van de samenleving en de terreur van de buurt. Onder de foto van de biker staat: ‘In mijn gewelddadiger motortijd.’
‘Acht jaar lang was ik lid van een bekende motorclub.’ Zo begint de Getuigenis van David L. Wirges. Het gaat hier om een amerikaan, een echte Heavy Biker, zoals het hele blaadje over amerikanen gaat, tot en met de ingezonden brieven toe. Zijn verhaal gaat verder over een knokpartij waar hij weliswaar nix mee te maken had maar toch komt ie in de bak. Hij wordt aangehouden in het ziekenhuis als ie gaat kijken hoe het met z’n maten gaat. ‘Maar hoe was ik in deze gewelddadige sfeer terechtgekomen?’

‘Mijn probleem begon in het laatste jaar van de middelbare school toen ik tegen het gezag van mijn ouders in opstand begon te komen en ook nog zwaar begon te drinken (Hoe doe je dat?). Toen ik op de trappen voor mijn school stond kwam er een glanzend gespoten Harley-Davidson ‘chopper’ met veel chroom langs. De machine leek voorbij te zweven en de berijder zag er volmaakt zorgeloos uit. Op slag had ik mijn hart verloren aan motorfietsen! Later dat jaar, nadat ik eindexamen gedaan had, gebruikte ik mijn moeizaam verdiende geld uit mijn jongere jaren om een zware Engelse motorfiets van 750 cc te kopen. Die zomer reisde ik door het Midden-Westen en belandde tenslotte in lowa, waar ik de universiteit bezocht.’ Jawel, je leest het goed, hij koopt eerst een engelse fiets, weinig geld natuurlijk en ook nog niet echt cool maar later als ie zich bij de bekende motorclub aansluit en een echte slechterik wordt gaat de engelse fiets de deur uit en moet er een Harley komen. Zo werkt dat, het is mij net zo vergaan!

Teleurgesteld in de universiteit en het leven in het algemeen verhuisde ik naar New Orleans. Hier ontmoette ik een groep die dezelfde dingen nastreefde als ik. Velen van hen walgden eveneens van de maatschappij. Ze leerden mij de vele dingen die betrokken zijn bij het bouwen van een motorfiets; zij bezorgden mij een baan en verzorgden mij als ik ziek was. Deze zorg was het die mij in hen als groep aantrok. Onze ‘familie’ werd groter en ging ook groepen uit andere steden in heel Amerika omvatten. ’s Zomers reden wij op onze motoren door heel het Midden-Westen. Wij bezochten vele nationale parken en genoten van de schoonheid en rust van het platteland.’ (Wat krijgen we nou, zijn dit wel echte bikers?) ‘Onze manier van leven hield ook in dat er veel tijd werd doorgebracht met drinken in café’s’. (Ah, okee…) ‘Sommige van de jongens hielden van een goede knokpartij, maar ik niet.

Ik werd er goed in om situaties te herkennen die tot gevechten leidden en probeerde ze zo onopvallend mogelijk te ontlopen.’ Hier zie je dat ie toen ook al niet echt okee was). Maar af en toe deelt ie zelf ook een hengst uit en er wordt zelfs een keer op hem geschoten. ‘Ik begon te beseffen dat deze genotzuchtige manier van leven niet echt gelukkig maakte. Mettertijd trouwde ik, maar het huwelijk werd geen succes; het duurde slechts drie maanden. Later werd mijn motorfiets gestolen.’ David doet vervolgens een zelfmoordpoging en een vriend van hem wordt doodgeschoten. Allemaal niet zo best natuurlijk en wij voelen de Ommekeer in zijn leven al aankomen. ‘Wat is het doel van het leven?’ gaat ie zich afvragen. Stom van hem want dit is een van de gevaarlijkste vragen die je jezelf kan stellen en ik ken alleen maar mensen die daardoor dieper in de stront geraakt zijn.

‘Op een avond had ik teveel op en raakte bewusteloos terwijl ik op mijn motor reed.’ (Hoe doe je dat, is mij nooit overkomen…) ‘Bij het ongeluk dat volgde bezeerde ik mijn enkel behoorlijk.’ (Is dat alles, bofkont?) ‘Ik kon niet lopen en moest twee weken thuisblijven. In die periode klopte een man met zijn zoontje bij mij aan. Ze wilden over de bijbel spreken.’ D’r uuuuuuiiittt! Oprotten! Wodan pak ze! Maar nee, onze held maakt de fout van zijn leven, hij nodigt ze binnen en laat zich wijs maken dat het einde der tijden nabij is maar dat voor hen die geloven er nog een leven na de dood is. Zijn vermoorde vriend is dan ook niet echt dood maar slechts in diepe slaap wachtend op een opstanding uit de doden. Doei!

Om een lang verhaal korter te maken: David wordt lid van de Jehovah’s, stapt uit de motorclup, stopt met zwaar drinken, knipt haar en baard af en ontmoet een ‘toegewijde gristelijke echtgenote’ en ze krijgen algauw ‘twee geweldige kinderen.’ En ook verkoopt hij zijn geweer (Aan wie dan wel en wat gaat die er mee doen?).
Waarom vertel ik je dit allemaal behalve dan natuurlijk dat ik deze column moet vullen? Kunnen wij hier iets van opsteken misschien? Ik denk het wel. Volgens mij heeft die David zoveel gezopen en daarmee zoveel hersencelletjes afgebroken dat ie het allemaal niet meer zo scherp zag en als verminderd toerekeningsvatbaar persoon is ie lid geworden van de Jehovah’s.
Niet te veel zuipen dus vrienden en vooral niet opendoen voor keurige mannen met schoudertassen en zoontjes aan hun hand.

Share this: