BT-21 Juni ’88 – sp

Bye, bye Bonneville

Het lijkt er nu echt op dat het doek gaat vallen voor de legendarische Triumph Bonneville. De huidige fabrikant is door zijn onderdelenvoorraad heen en zou grote aantallen nieuwe moeten bestellen. Dat ziet ie niet zitten en ook al omdat het contract met de eigenaar van de naam Triumph in november van dit jaar afloopt.
Aan de ene kant is dat jammer – we dachten ondertussen dat zij voor eeuwig onder ons zou blijven, bovendien worden ze tegenwoordig goed verkocht in Japan – en aan de andere had ze minstens 20 jaar geleden al plaats moeten maken voor een nieuwer model. Dat zou ons een hoop ellende bespaard hebben en de Triumph-fabriek had misschien nog in volle glorie bestaan. Tenminste als zij de Bonneville vervangen zouden hebben door een iets modernere motor en vooral ook beter gemaakt.

Wat heb ik lopen schelden op die dingen en op die theedrinkers die ze zo slordig in elkaar gezet hadden.

Alvorens ik een Bonneville aanschafte had ik met veel plezier en relatief weinig stukken op een 750 Commando en een T150 Trident rondgescheurd. De Trident verbruikte weliswaar veel benzine en zuigers, kleppen en klepgeleiders waren bijna niet aan te slepen (elke 25.000 kilometer reviseren, maar what the fuck, een setje zuigers kocht je toen voor 100 à 150 piek) maar echt stuk ging er eigenlijk weinig.

Op een mooie dag lang geleden toen de verkering en ik in Zeeland logeerden konden wij daar een tamelijk nieuwe Bonnie kopen. De motor was ingeruild op een Yamaha 650, iets wat toen wel vaker gebeurde. De vorige eigenaar had zijn enkel bezeerd bij het aantrappen van de twin en had drie weken met zijn voet omhoog op een melkkrukje gezeten. Zodra hij weer lopen kon duwde hij de Bonnie naar de dichtstbijzijnde motordealer die voornamelijk Japans verkocht. Die dealer wilde maar weinig geven voor de Bonneville (slimme man wist wel dat de domme man zijn motor niet nog es naar een dorp verderop zou duwen) maar de inruil ging door. Vervolgens konden wij em kopen, ook voor weinig, met als voorwaarde dat we er nooit meer mee terug zouden komen.

Afijn, vriendin Max gast lekker rond op haar Bonnie (Amerikaanse uitvoering met half hoog stuur en dat ontzettend mooie kleine tankje), af en toe rijd ik ook een stukje en ik vind het een fijne fiets. Goed sturen, prima remmen en voor mij snel genoeg. Teneinde het leven een beetje overzichtelijk te houden verkoop ik de Trident en koop ook een Bonneville (zelfde pakkingsetje, werkplaatshandboek etc.). Hoewel er pas 3000 echte kilometers op de klok staan is er toch al een versnellingsbaktandwiel naar de kloten dus ik kan direct aan de slag. Daarna doet ie het een tijdje goed en in de zomer gaan we op reis.
Yes, met twee Bonnevilles, da’s tamelijk stom natuurlijk, maar we hadden ook twee ANWB reis- en kredietbrieven bij ons. Max d’r motor begint in Zuid-Frankrijk reeds vreemde geluiden te maken en diepgaand onderzoek leert ons dat het linker krukaslager los op de kruktap zit. Ala, we laten wat bagage achter en gaan verder op de mijne. Een paar weken later op de terugweg loopt ie na een middagje stevig doorkachelen vast. Bij kilometerstand 8000. Hebbikdatweer, riep ik toen al. Ja hoor, dat heb jij weer.

Dit is slechts één Triumph Bonneville Ellende Story. Voor de liefhebbers heb ik er nog veel meer, maar u kunt ze ook van honderden anderen te horen krijgen. Heel veel Harley-rijders en ook veel Guzzi- en Ducati-piloten zijn begonnen op Triumphs en zouden daar misschien nog wel op rijden als die klotedingen niet zo vaak en om zulke onduidelijke redenen stuk gingen. Als ze rijden en goed lopen ben je al heel gauw de meeste ellende weer vergeten en is er eigenlijk geen motorfiets die lekkerder rijdt.
Waarschijnlijk ben ik ooit nog wel een keer zo stom dat ik er weer een koop. Voorlopig echter niet, de slechte herinneringen zijn nog tamelijk vers en nieuwe Bonnevilles zijn goddank binnenkort niet meer te koop.

Share this: