BT-289 OKTOBER 2010 HD ULTRA -SP

Laten we maar es een weekendje zo’n ding proberen. Mijn oog viel in eerste instantie op de Street Glide maar die was voor dat weekend niet beschikbaar. Wel in de aanbieding een Electra Glide Ultra en als Harley-Davidson ultra zegt dan bedoelt ze ook ultra. Volgens de 2010 folder op vele punten verbeterd met als belangrijkste wijziging een stijver frame, zodat er nog fijner mee gestuurd kan worden. Ook speciaal voor de Ultra 100 cc meer voor iets meer koppel, wat geen luxe is op een motorfiets die droog al 400 kilo weegt.

Zo’n dikke toerbrommert test je natuurlijk niet alleen, dus had ik voor het weekend Frau Pullman uitgenodigd die het achterste deel van de Amerikaanse fauteuil moest testen. Daar was zij gaarne toe bereid en ook leek de Eifel haar een prima weekend bestemming. Frau Pullman, die lang geleden al achterop mijn Norton Commando meereed, heeft twee grote pluspunten: zij klaagt nooit dat het te hard gaat (wat van pas kan komen in Duitsland) en ze kan bier drinken als een bouwvakker (kan ook van pas komen in Duitsland). De Ultra staat voor ons klaar bij Central HD in Veghel en dat is al een stukje in de goede richting, Reeds op het industrieterrein van Veghel zie ik zomaar 160 op de klok waar je 80 mag, terwijl dat aanvoelt als 120. Dat krijg je als altijd op fietsen zonder windbescherming rijdt. Gelukkig niet gefilmd door de brabantse videogestapo, dus niet binnenkort op uw thuisbioscoop.

Eerst maar es rustig wennen aan de Ultra, voordat het gas er weer opgaat. We rijden een stuk snelweg richting Maastricht en het moet gezegd: de Ultra biedt Comfort met een grote C. Frau Pullman heeft het ook naar haar zin en zwaait op koninklijke wijze (onderarm verticaal en zwaaien vanuit de pols) naar het gewone volk. Mede door de soepele vering en het grote scherm (de klassieke batwing) voelt de Ultra een beetje aan als een amfibievoertuig. Ondanks het hoge gewicht lijkt het alsof je geen direct contact met het asphalt hebt. Dertig kilometer later ben je dat gevoel grotendeels kwijt en blijkt de Ultra best stabiel te zijn en ook op- en afritten van snelwegen gaan lekker. Net onder Roermond gaan we de grens over en rijden vervolgens achter bordjes Geilenkirchen aan, bij gebrek aan een geplande bestemming voor die dag. Geilkerk (kennelijk weten die Duitsers al veel langer dat er soms rare dingen gebeuren in de RK kerk) blijkt een leuk stadje met een dorpsplein met platanen waaraan een café-restaurant hotel en de Ultra kan vlakbij achter een hek. Het WK voetbal is nog aan de gang en daarom staat er een mega scherm en een mega biertent op het plein. Public viewing noemen de Duitsers dat. Kwa grappige plaatsnamen bezochten wij nog Prüm (had ik meer van verwacht) en Scheuren, ook niet bijzonder, maar wel en goed excuus om de Electra even de sporen te zeven (Scheuren 6 km). Bikers van de herenliefde komen wellicht aan hun gerief in Darmstadt of het iets zuidelijker gelegen Mannheim.

NEDERLANDSE GASTEN

De Eifel is vanuit NL lekker dichtbij. Binnen een paar uur ben je in een andere wereld; heuvels, bergen, andere architectuur. Ze lullen een andere taal, ze eten vooral varkensvlees (kwa recyclen) en zitten soms om 10 uur ’s morgens al achter een pot bier of een Schnapps. Op mooie zomerdagen kan je in de Eifel zomaar de indruk krijgen dat er meer motorfietsen op de wereld zijn dan auto’s. Het merendeel valt in de categorie race- en sportmotoren, maar ook met je toerfiets of choppert kan je er lekker rijden. Omdat er zo veel motoren rondrijden zijn we een belangrijke doelgroep. Borden als Biker Treff en Biker Hotel kan je elke 10 kilometer weer tegenkomen. Google ‘motorhotel Eiffel’ en je hebt ze voor het uitzoeken. Als je geen zin hebt in Duits lullen kun je in veel gevallen bij Nederlanders terecht, die dan weer vooral Nederlandse gasten hebben. We hebben daar nix op tegen en we rijden op dag 2 voor bij Hotel Am Vulkanberg in het verre Manderscheid, dat gerund wordt door Wim en Marja Slikker (ze lijken op Dries Roelvink en Irene Moors, maar daar kunnen zij ook niks aan doen), die recentelijk Alkmaar vaarwel zeiden en met Alles naar de Pruus vertrokken en het daar erg naar hun zin hebben. Schoon, modern hotelletje met werelduitzicht en gezellige NL ambiance. Let er wel op dat de prijzen van hotelkamers in Duitsland vaak per persoon vermeld staan en dus niet voor een kamer. Niet zo gek ver van Hotel Am Vulkanberg ligt het legendarische circuit de Nürburgring en daar is op een mooie zomerdag altijd wel wat te doen. Op de 7 km lange Nordschleife mag elke gek die zin heeft voor 22 euro een rondje gassen en Frau Pullman, die toen nog niet gezien had hoe hard dat gaat, stelt voor dat wij ook een rondje doen. Maar ik voel er helemaal niets voor om me op dit geleende toermeubel 30 keer de vouw uit de broek te laten rijden door de Duitse Porsche Club. Waarschijnlijk gebeurt er elke dag wel een ongeluk, want het is een relatief lang en moeilijk circuit met ook nog ergens 300 meter hoogteverschil. Toen wij er waren werd de boel even stil gelegd, omdat er een BMW 5 serie uit een bocht gejodeld was en total loss met veel schade, vers gras en zand op een vrachtwagen afgevoerd moest worden. Wie niet zelf wil rijden kan een Ring Taxi huren en die worden bestuurd door mannen en vrouwen die hele dag niks anders doen, dus dat gaat serieus hard (ik zeg doen, maar je moet even via internet boeken).
Heel Duitsland ligt vol met Autobahnen en zo ook de Eifel, wat als groot voordeel heeft dat je er vanuit NL of B snel kan zijn en dat je er ook zo weer weg bent in geval van slecht weer of een overdosis varkensvlees. Op veel stukken Autobahn mag je nog steeds net zo hard rijden als je wilt. Wij vonden 150 een prima kruissnelheid op de Electra. Je kunt nog steeds van de muziek genieten, er kan nog gecommuniceerd worden (muss jetzt pipi machen!) en voor onaangename turbulenties rij je nog niet hard genoeg.
Het verkeersbord Gefärhliche Strecke is in veel gevallen zowel een waarschuwing als een aanbeveling; fraaie wegen door bergen en heuvels met uiteraard mooie bochten.

VERBORGEN, ONMERKBARE VERBETERINGEN

Het nieuwe frame was al in 2009 geïntroduceerd en moet dus een stuk stijver zijn dan voorgaande jaren. Dat wil ik direct geloven maar ik heb er – ook omdat ik niet dagelijks Electra rijd – niet veel van gemerkt. De koppeling is verbeterd, zodat er nog soepeler geschakeld kan worden en ook daar heb ik niks van gemerkt. Mijn 2007 Straat Bob met ook pakweg 20.000 km op de klok schakelt beter dan deze Electra. Echt een serieus nadeel van deze fiets is het hoge gewicht. 400 kilo droog, laten we zeggen 420 rijklaar en 450 met bagage en 520 met alles, inclusief duopassagiere. Langzaam manoeuvreren wordt dan een hele klus en ook over parkeren moet nagedacht worden, zeker als je in je uppie op pad bent. Amerikanen parkeren hun motoren niet voor niks met de achterkant haaks naar de stoep. Doe je dit verkeerd om, dan heb je echt hulp nodig om weer weg te komen. De truuk is dus; altijd zo parkeren dat je op motorkracht weg kan rijden. Als je nog een garage moet bouwen zorg dan dat de vloer afloopt naar buiten of maak er één met deuren aan twee kanten (drive thru).
De grootste klacht, maar wellicht voor u niet van belang, is dat de motor te braaf is. Weinig geluid, geen flitsende acceleratie en scherp sturen doe je met zoveel gewicht ook niet (daar is ie ook niet voor bedoeld, eikel!). Frau Pullman vindt het ook altijd prettig als er hard gereden wordt en vindt dus deze standaardmotor te weinig Rock ‘n’ Roll. Dochter Kim, die sportief rijden met de paplepel ingegoten kreeg, heeft een paar dagen later dezelfde opmerking; erg comfortabel, maar te weinig spektakel. Zoals met vrijwel alle moderne Harleys zit er niks anders op dan nog eens 1500 euro uit te geven aan andere pijpen, een ander luchtfilter en een bezoekje aan de rollenbank (ik zeg, doen). De extra 100 cc van deze Ultra vind je zowel op papier als in real life nauwelijks terug. Bij 130 in de 6 draait het dikke blok ongeveer 3000 toeren en als je dan aan het gas draait gebeurt er niks. Eén of zelfs 2 maal terugschakelen is het enige dat er opzit. En als je dan even wat verder doortrekt, begint al het plaatwerk te trillen en te resoneren. Harley heeft het in z’n (overigens wederom prachtige) 2010 folder over onzichtbare verbeteringen, de meeste zijn ook onmerkbaar.
Nu we toch aan het mopperen zijn; de glittertjes (disco)verf met paars, dat blauw wordt en andersom als de zon erop schijnt, werd vooral gewaardeerd door jeugd onder de 12. Slechts één volwassene, een vrolijke Surinamer van een jaar of 50, vond het ook mooi.
De owners manual was al door een collegaschrijver gepikt en daar was ik niet blij mee. Stel je voor dat je tijdens zo’n heet weekend de handvatverwarming niet uit krijgt. De radio/CD/MP3 speler is ook gemakkelijk te bedienen, net als het alarm, maar dan moet je wel even weten hoe. De mannen van Central hadden een boekje van 2007 modellen voor me gevonden, maar daar schoot ik weinig mee op toen het alarm kuren ging vertonen. Nutteloze informatie over het Alarm vond ik uiteindelijk bij S van Smartalarm. Daar is over nagedacht.
De 3 x 4-zuiger remklauwen van Brembo met onzichtbare ABS werken prima en zou ik graag op mijn Straat Bob gemonteerd zien. Al met al ben ik na een weekend Electra toch wel nieuwsgierig naar de Tour Rocket van Triumph. Die is ook veel te zwaar, maar daar heb je tenminste voldoende pk’s onder de kont(en).

MUSIK 1

Ik heb nog nooit muziek uit hoeven zoeken voor tijdens een motorritje. Maar toen ik m’n huiswerk deed las ik dat er een zeer goede Harmon Kardon muziekinstallatie aan boord was, dus dan doe je even een greep in de CD-collectie. Uiteraard iets van de Allman Brothers, een Jack Johnson CDtje, Van Morrison’s Too late to Stop now, Ben Harper’s Live from Mars en Lucinda Williams’ Selftitled (met een akoesties en een elektriese versie van het geniale Side of the road). Dan had ik nog Calvin Russell’s Sam bij me, maar helaas alleen het doosje (wie heeft de inhoud gestolen?). Frau Pullman had o.a. Moondance van Van Morrison bij zich, de eerste van Jason Mraz en een Greatest Hits van Al Green kwa voorbereiding op haar bezoek aan Northsea Jazz en dan nog wat onduidelijke verzamel CD’s. Bij de eerste stop in ‘de Pruus’ drukken we Moondance erin. Ik laat met een handeltje links aan het stuur de digitale volumebalk op het schermpje vollopen en het geluid is werkelijk fenomenaal. We horen instrumenten en achtergrondzangeressen, die we de afgelopen 40 jaar nog nooit eerder gehoord hadden, zelfs niet na gebruik van geestverruimende middelen. Het volume past zich automaties aan aan motorgeluid en snelheid, wat vaak wel handig is. Eenmaal op Landstrassenkruissnelheid gaat ie echt vol open en dat vinden we allebei eigenlijk wel erg asociaal, maar op dat gebied hebben de Duitsers nog wel wat te goed van ons.

MUSIK 2

Eénmaal terug in NL moet de Electra ’s nachts ergens achter slot en grendel. Ik parkeer haar in Apeldoorn in de tuin van Wim en Gerdien, achter twee auto’s, een ijzeren hek en een Duitse herder. Omdat het nog steeds bloedjeheet is, eten we buiten en steekt Wim de barbeque aan. De Electra staat naast de buiteneettafel en daarom bied ik aan de muziek te verzorgen. Moondance komt weer soepel langs, we draaien vriend Ben en daarna Jack Johnson, die op de motor tijdens het rijden helemaal niet voldeed, maar bij de BBQ is ie helemaal goed. Kwa nagerecht roken we wat Apeldoornse groente en voor we het in de gaten hebben komt JJ zomaar drie keer langs. Thank you, good night!

MUSIK 3

Wel rock ‘n’ roll; de Allman Brothers. Twee topgitaristen, twee geweldige zangers met mooie klagelijke R&R stemmen, een goeie bassist, twee zeer actieve drummers, een ADHD percussionist en een subtiel Hammond orgel met Lesley box. En een honderdtal mooie songs. Walla, de Allman Brothers Band! Hun beste songs zijn als goede, snellle motorritten; hard accelereren, veel schakelen, voetsteunen schrapend bochten doorknalllen, hard in de ankers voor een u bocht, weer alle versnellingen door richting 180 (route nationale, huh) en af en toe even rustig aan kwa bebouwde kom (Vaart minderen spaart kinderen, de rest van het volk moet zich maar tijdig uit de voeten maken) en daarna het gas er weer op. Het is aan alle kanten duidelijk dat dit een motorrijdersband is. Hadden ze nooit motor gereden, dan hadden ze niet dit soort geweldige songs kunnen maken. Born to be wild mag met pensioen (zal ook tijd worden) en Rockin’ Horse kan daarvoor in de plaats, ondanks het feit dat het iets moeilijker in het gehoor ligt. ABB songs zijn een mengeling van vette rock and roll, slepende blues en jazz (voor niet-jazz liefhebbers). De mannen zijn al een jaar of 40 bezig en eigenlijk zijn ze nu beter dan ooit. De CD die bij mij al weer een jaar klem in het laadje zit, heet Hittin’ the Note en is opgenomen in 2003, maar is misschien wel de beste CD van de jaren ’70. Mats uzelf en haal em in huis.

CONCLUSIES

De Eiffel is een prachtig gebied waar je lekker kan motorrijden (zou ik niet al in de Franse Ardeche wonen dan zou ik er vanuit NL zeker twee keer per jaar een stukje gaan toeren). Duitsers vallen in het echt reuze mee. In ons laatste hotel ging de kok z’n best doen om speciaal voor ons iets bijzonders te maken (helaas niet helemaal gelukt). terwijl een vaste gast met mij naar zijn huis ging om te kijken of de Electra daar ’s nachts in de garage zou kunnen staan (paste niet, dus toen toch nog een ander hotel opgezocht). De Electra is een prima en zeer comfortabele toerfiets maar Rock ‘n’ Roll is ie niet. Tezelfdertijd is dat ook wel fijn: eindelijk weer eens iets waar we nog te jong voor zijn!

Hardstikke bedankt: Frau Pullman, HD Benelux, Central HD, Wim en Marja Slikker.


Share this: