Playboy Artikel 1987 -sp


ILLUSTRATIE: GERRIT HIETBRINK

Kees Hoekstra reed in Florida proef op de enige echte nieuwe Harley Davidson, de Low Rider Custom. De Daytona Bike Week betekent negen dagen races, choppershows en feesten met meer dan 80.000 geloofsgenoten. Dus nu hij er toch was dronk hij een paar biertjes mee…



OP EEN HARLEY HOEF JE NIETS TE BEWIJZEN

KEES HOEKSTRA

Kim en ik zitten op een snikhete dinsdagmiddag koele bieren te drinken en reiservaringen uit te wisselen in een bar in Las Vegas. Kim is een timmerman uit Maine en twee dagen geleden op z’n Harley Sportster in Vegas aangekomen. Ik ben op mijn gechopte Electra Glide van New York naar Californië gereisd en kom net uit L.A. Onze motoren staan nog dik onder het woestijnstof – een beetje bink laat zoiets even zitten – voor de deur. Er komt een tamelijk gezette vijftiger, type redneck, gekleed in o.a. cowboyhemd en baseballcap, op ons tafeltje af. Hij zet twee glazen bier voor ons neer en zegt „Harley-Davidson”, zoals alleen Amerikanen dat kunnen zeggen. „Where ‘ya guys from?”

Op een Harley hoef je niks te bewijzen. Sinds jaar en dag blinken Harleys nergens meer in uit behalve in show en geluid. Echt hard gaan deden ze nooit en goed sturen en remmen evenmin. Bovendien waren met uitzondering van de Sportster, die altijd meer op de lichte en handelbare Engelse motoren leek, te zwaar en te lomp om sportief genoemd te kunnen worden. Lieden die wel hard door bochten wilden gaan kwamen al gauw met treeplanken en uitlaatdempers aan de grond. Hardgaan is een hobby die je meeneemt van een ander merk. Zodra je „in” een Harley stapt komt er een soort rust over je. De zithouding en het „luie” motorkarakter (alles gebeurt onder de 4000 toeren) maken dat je geen haast meer hebt.

Het geluid

Ondanks het feit dat de nieuwe generatie (vanaf ’84 toen de Evolution motor geïntroduceerd werd) een tamelijk gecultiveerde indruk maakt vergeleken met de vorige, zijn er een aantal eigenschappen niet veranderd. Ze stampen nog steeds, ze trillen nog steeds en ze blaffen en roffelen nog steeds. Het geluid van de grote V-twin is een superieur geluid dat oergevoelens losmaakt. Verse HD-eigenaren, overgestapt van andere merken, schaffen zich plotseling zwarte leren jekkers, gemene zonnebrillen en jethelmen aan. Harleys zijn niet voor niks altijd de „motorcycles” geweest. Dat zijn ze nog trouwens.

Plietsies 

We schuiven in een Buick Riviera – een keurige middelgrote huurbak – door een buitenwijk van Daytona Beach. Achter ons rijdt een politieauto met daarin twee agenten. Ze zetten de zwaailichten aan en beduiden ons dat we moeten stoppen. We doen nog gauw even de gordels om want voor het niet dragen kun je 20 dollar boete krijgen in deze stad, waar je wel vijf personen los achter in de bak van je pick-up truck mag vervoeren.
Ik draai een zijstraatje in en stop daar. De cops stoppen achter ons en de bestuurder stapt uit. Hij loopt naar onze auto, groet ons terwijl hij zijn hoofd half in het open raam steekt en checkt of er verboden en/of gevaarlijke spullen op de achterbank liggen. Uitstappen en I.D.’s laten zien. Voorover gebogen op de motorkap leunend en met de benen uit elkaar worden we gefouilleerd. De andere cop kijkt ondertussen onze rijbewijzen door en vraagt of we speciaal voor Bike Week naar Daytona gekomen zijn. Yes Sir. Dan komen de vragenlijsten. Namen, adressen, geboren waar en wanneer, uiterlijke kenmerken, littekens etc. Lengte? Een meter 92. Hoeveel feet en inches zijn dat? De ene cop gaat naast mij staan en de ander schat dat ik twee inches langer ben dan zijn collega. Gewicht? 76 kilo. Hoeveel pounds zijn dat? Het kan nog wel een tijdje duren voor het metrisch stelsel ingang vindt in de States.
Of we lid zijn van motorclubs in Olland en of we tatoeages hebben. Peter heeft twee armen vol tattoos en de cops kijken zorgvuldig of er een 1%-tattoo * bij zit. Die zou kunnen betekenen dat we iets met outlaw-motorclubs te maken hebben.
Peter zegt dat ik een tattoo op m’n pik heb en ik zeg dat ze die niet te zien krijgen. Lachen. De cops zijn nu iets vriendelijker maar blijven wantrouwend.
Er komt nog een politieauto bij en daaruit komt een agent met een Polaroid camera. Hij wil foto’s van ons maken. Vooruit dan maar. Zit m’n haar goed? De eerste foto’s mislukken, de film zit al te lang in de camera en is daarom niet meer goed. Kennelijk maken ze weinig foto’s, maar Heavies uit Holland mogen niet ontbreken in het archief. Nieuwe film in de camera en weer proberen. Wij pakken ook onze camera’s en staan nu elkaar op de kiek te zetten. Er wordt heel wat afgelachen en ze geven mij visitekaartjes zodat ik tijdschriften op kan sturen als hun foto daarin verschijnt.


* Toen begin jaren vijftig de Californische Hell’s Angels en andere Outlawclubs nogal te keer gingen en veel publiciteit kregen, werd dor de „nette” motorrijders geclaimd dat die soort jongens maar 1% van het totale aantal motorrijders uitmaakten. De outlaws accepteerden de 1% als geuzennaam.


Een paar dagen later komen we in Dirty Harry’s Bar de dikke cop weer tegen. Ondanks dat ‘ie in burger is kunnen we geen biertje aan hem kwijt. Hij vertelt dat er elk jaar pakweg 100 motoren gestolen worden tijdens Bike Week (da’s niet zo gek met 80.000 plus bezoekers, waarvan 70% Harley rijdt) en ook dat ze in de weken erna altijd wel één of meerdere lijken van outlaw-bikers vinden, in zee of in de bossen rond Daytona. Afgesneden oren, tongen en andere lichaamsdelen zijn eerder regel dan uitzondering. Alle bars in Daytona hebben tijdens Bike Week een bordje bij de ingang met de mededeling NO COLOURS. Dat betekent dus niet dat ze geen kleurlingen toelaten maar dat je in die tent geen spijkerjekkie met clubnaam mag dragen. In vroeger dagen wilden de clubs elkaar wel eens opzoeken teneinde wat uitstaande rekeningen te vereffenen.
De enige colours die getolereerd worden zijn die van de Christelijke Motorclub en die van de Vietnam Veteranen; de gristelijke motorclub vecht sowieso niet en de Viet-Vets hebben genoeg gevochten..

Vette bierglazen

Bierglazen in de States zijn kennelijk nooit echt schoon. Zodra je je blikje of flesje in een glas leeg giet slaat het bier dood. Ik heb al gedreigd dat als dat niet gauw beter wordt dat ik dan Willy Dobbe op ze afstuur.

Willie G

Willie G. Davidson en de 10th Anniversary LowRider kom ik tegen op de parkeerplaats van de Holiday Inn alwaar een chopper- en customshow plaats heeft. „Hey, my friend the graphic designer from Amsterdam. How ya’doin’”. Het doet me deugd dat ie zich mij nog herinnert want het is wel drie jaar geleden dat ik hem voor een motorblad interviewde. Dat was tijdens de Harley Superrally in Brighton, Engeland. In de bar van zijn hotel zetten we toen een respectabel aantal glazen scotch weg („why don’t they serve bourbon in this place?”) Bovendien had ik foto’s meegenomen van een door mij ontworpen Triumph Custom en Willie (ik mag Willie zeggen sinds die tijd) vond het een mooie fiets. Vandaar misschien. Het is druk op de show. Willie moet samen met andere fabrieksmedewerkers de deelnemende fietsen jureren. Echt gemakkelijk heeft hij het niet want hij wordt elke tien stappen aangeklampt door mensen die met hem op de foto willen. Willie G., ook wel „The G-Man” genoemd, is waanzinnig populair bij de geachte clientèle. Hij is de derde generatie Davidson in het bedrijf en leidt de afdeling waar de nieuwe modellen worden ontworpen. Zijn zoon Bill, die nog bijna niet herkend wordt, werkt sinds twee jaar bij de legendarische firma.
We spreken af om de volgende dag een stuk te gaan rijden en ergens te ontbijten.

Het is nog tamelijk fris als ik ’s ochtends om acht uur van mijn hotel naar de Holiday Inn loop. De Holiday Inn is Harley-Davidson Headquarters tijdens Bike Week. Er staan drie gigantische fabriekstrucks op de parkeerplaats en op de ruimte daarachter worden gedurende drie dagen Ride-In Shows gehouden. Iedereen met een bijzondere Harley kan zich inschrijven in een bepaalde categorie en zo meedingen naar prijzen. In de Holiday Inn worden service seminars (lessen in onderhoud) gehouden, in de balzaal staat de ’87’er modellenlijn en een collectie oude fietsen die 84 jaar HD-geschiedenis laat zien. In een zaaltje elders in het hotel resideert de Harley Owners Group. Dat is een door de fabriek gesponsorde club van HDeigenaren. Dit alles in het kader van de promotie en klantenbinding.
Willie leent voor mij één van de twee speciale 10th Anniversary Low Riders. Hij en designpartner Loui Netz zijn op deze fietsen van Millwaukee naar Daytona komen rijden. Beide motoren hebben ruim 1000 mijlen op de klok.
De bediening van de LowRider is gelijk aan die van mijn 1981 Harley Super Glide, dus ik kan er zo mee weg. Hier houden de overeenkomsten op want er is echt sprake van een Nieuw Model. De „Evolution” motor heeft in de afgelopen drie jaar al bewezen stukken betrouwbaarder te zijn dan de „Shovelheads”. Samen met het nieuwe frame en nog een aantal zaken, zoals een steviger voorvork en betere remmen, is dit een prima fiets geworden. Qua techniek maakt de Motorcompany een sprong vanuit de jaren zestig naar de „eighties” terwijl er veel ouwe charme en traditie bewaard bleef.
Je stapt als het ware in de LowRider – vandaar de naam – want de zithoogte voor de rijder is slechts 67 centimeter. Het eerste wat me opvalt als we wegrijden is dat er een stevig geluid in beide fietsen zit. Als we bij een kruising stilstaan zeg ik dat tegen Willie. „You got to hear those motors” roept hij boven de herrie en grijnst. Zelfs stoplichten worden weer leuk met deze fiets. Remmen, dot gas en terugschakelen. Stationair wat olifantenwinden produceren, soepel in de 1 schakelen en met heel weinig toeren snel wegstampen. Ondanks het feit dat de LowRider een zware fiets is gaat alles zo licht en gemakkelijk dat een beetje uit de kluiten gewassen puber de motor de baas kan.
Willie G. heeft er zin in, even uitwaaien en ver van de handtekeningenjagers en de snapshotfotografen. Als de motoren na een paar mijl op temperatuur zijn schroeven we aardig hard aan het gas en laten Daytona Beach achter ons. Aan weerszijden van de weg het standaard Florida-landschap van moerassen en meertjes en dunne hoge bomen. Het is hier zo mogelijk nog vlakker dan in Olland.
De motor loopt als een tietje, pakt goed op bij alle toerentallen (d.w.z. tussen de 1500 en de 3500) en begint te hollen als een gek als je het gas even openhoudt. Voor je het in de gaten hebt wijst de teller 100 mijl (160 km) aan en als ze je pakken met die snelheid schieten ze je nog niet ter plekke dood maar je gaat wel de bak in.
Na 1,5 uur stoppen we om ergens te ontbijten. Tijdens de gebakken eieren met spek en toast en veel bakken slappe koffie meldt Willie dat het goed gaat met Harley-Davidson. „Het leek een soort hobby van journalisten om onze produkten af te kraken. Dat is gelukkig veranderd vooral ook omdat de motoren die we de laatste jaren maken erg goed zijn. Verkoopcijfers zijn hard omhoog gegaan. Mensen die er vijf jaar geleden niet over piekerden onze fietsen te kopen komen nu – vaak van andere merken – naar ons. Wie dat allemaal zijn en waarom is moeilijk te zeggen. Het zijn mensen van „all walks of life”. Hij noemt een aantal beroepen op van de mannen in het clubje van tien waarmee hij naar Daytona gereden is. Dat varieert van tandarts tot loodgieter. „Zeer verschillend dus, ook wat betreft status en inkomen. Het enige dat ons naar elkaar toe trekt is die motorfiets”.
Het is al half 1 als we terugkomen bij de Holiday Inn en Willie moet weer aan het werk. Vlak voor de G-Man de parkeerplaats opdraait zegt hij: „Ga nog maar een ritje maken, ik kon wel zien dat je je prima vermaakte”, hij grijnst en slaat me op mijn schouder, „bring her back tomorrow!”

Disco Sucks

Bikers luisteren nog steeds en alleen maar naar sixties- en seventies-muziek. „Born to be wild” van Steppenwolf is een hit in Daytona in 1987. Jimi Hendrix, Jefferson Airplaine/Starship, Janis Joplin, Bob Seeger, Eagles, Doors en ouwe Stones. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen. In Hootin’ Nanny’s (dat zich afficheert als „A Classy Beerjoint”) aan Main Street is de Asshole Song (coz you’ve been an asshole all your life…”) een echte meezinger. Disco sucks en Rock’n’Roll forever.

Ritje met Robin

Ik rijd de Atlantic Boulevard een stukje af om bij mijn hotel te vragen of Robin meegaat. Even ter uwer informatie: Robin is een Amerikaanse uit het verre Wisconsin. Zij kon haar Harley Sportster niet meenemen omdat de aanhanger van haar vrienden al vol stond met twee Electra Glides. Ze is zo gek als drie bossen uien en ik ben de afgelopen dagen al vijf keer verliefd op haar geworden; bij de race track, op de parkeerplaats, in de lift, op Main Street en op m’n kamer. Eigenlijk bevallen alleen haar nazigrapjes mij niet, maar wat weten Amerikanen onder de 60 over WO 2 behalve dan uit geschiedenisboekjes? Ze heeft een enorme rechtop staande blonde kuif die meestal gedeeltelijk bedekt wordt een een bandana * waarop het Harley logo.

* Bandana hoofddoek vroeger in gebruik bij cowboys. Tegenwoordig populair bij asphalt cowboys.

Daar komt nog bij dat ze 36 is. Ik hou daar wel van. De meeste „mooie” vrouwen van die leeftijd vind ik nu mooier dan toen ze achttien waren. Bovendien wat moet ik met jonge moppies die je moet uitleggen wie de Beatles waren en hoe de postgiro werkt?
Robin ligt inderdaad bij het zwembad te zonnen en wil direkt mee. Ik ben nauwelijks uitgesproken of ze staat al in de lift op weg naar haar kamer om bikini te verwisselen voor jekker en jeans.
Met veel meer geweld dan tijdens de rit met Willie G. scheuren we de stad uit. Ik krijg als Europeaan, gewend aan weinig speedlimits en controles daarop aardig genoeg van dit gesukkel. Daar komt bij dat deze fiets uitnodigt tot hard rijden. „Gasterop!” zeiden we vroeger in Tukkerland en zo denk ik er nu ook over. Robin vindt het prima, ze drukt haar dijen tegen mijn heupen en ik voel me De Bink.
We rijden een andere kant op als vanmorgen. De weg gaat eerst een mijl of 40 rechtuit op z’n Noordoostpolders, maar dan wordt het interessant. Mooie overzichtelijke bochten, de weg slingert zich tussen meertjes en moerassen door. In een bocht naar rechts komt een demper aan de grond. Niks aan de hand, gewoon gas erop houden want deze LowRider stuurt als geen enkele Harley ooit tevoren.
Robin houdt me stevig om mijn middel vast. Dat kan toeval zijn. De meeste mensen die zelf rijden zijn bang achterop. Als ik hard uit een scherpe bocht accelereer houdt ze me nog iets beter vast en dan glijden haar handen langzaam naar beneden. Dit is geen toeval meer, Amerikaanse vrouwen verspillen geen tijd als ze je aardig vinden. Ik schreeuw naar achteren dat ze op moet houden want ik kan geen twee dingen tegelijk. Althans niet deze dingen. Ze roept sorry en houdt zich een paar mijl gedeisd. Dan tikt ze me op mijn schouder en wijst naar een bord langs de kant van de weg. „Motel!” roept ze. „Okay, okay!”
Things are different on a Harley, is het thema van de 86/87 reclamecampagne in de Engelstalige bladen, dus niemand kan zeggen dat ik niet gewaarschuwd was. We will be right back after the break…
Een paar uur later. Robin staat op, pakt de sleutels van de LowRider en gaat in het stadje iets te eten en te drinken halen. Ik zet de televisie aan en schakel naar MTV. Hey, het clipje van de Beastie Boys: “You gotta fight for your right to Party!” Dat hoeft niet altijd jongens, soms gaan die dingen vanzelf.
Ze komt terug met hamburgers en frieten met mayo (de mayo op mijn verzoek), een six pack en een fles Jack Daniels. Onze net aangekomen buren in dit motel zijn ook bikers en Robin had al een praatje met ze gemaakt. Ze willen graag helpen met de Budweisers en de J.D. Partytime en Boogie till ya puke. We gaan op stoeltjes bij het verlichte zwembad zitten en roken er pretsigaretjes bij. Veel pret en veel stoned, ik kan er niet zo goed tegen en word na een tijdje zo stoned als de Afsluitdijk. Ik ga terug naar onze kamer en ga op bed liggen en val in Het Heelal.
We will be right back after the break…
Een paar uur later. Robin maakt me wakker, ze heeft een slok JD voor me bewaard. Niemand vond mijn 3/4 shag echt lekker dus daar is ook nog wat van over. Ik draai een Javaanse Homoboy en kijk naar Robin die zit te lachen. Godverdomme wat ziet ze er goed uit.
We rijden terug. Het is nog donker en tamelijk fris. Alle ritsen tot bovenaan dicht, je zou bijna voor je plezier een helm opzetten. Zodra de motor op temperatuur is ga ik weer hard rijden, er is bijna geen verkeer op de weg, dus dat moet kunnen. De Harley klinkt fantastisch in de stille nacht.
Plotseling rijdt er een politieauto achter ons. Zwaailichten aan en zelfs de sirene. Alsof ik godverdegodver niet al genoeg Florida Cops gesproken heb. Stoppen en gauw. De cop is razend. Hij zegt dat we niet overal schijt aan kunnen hebben en dat ik twee stopborden gemist heb. Die rode zeskanten met witte tekst zijn Heilig in de States. Zelfs midden in de nacht op het platteland van Florida. Robin probeert de cop te bedaren maar hij blijft woedend. Ik moet de bak in en Robin moet maar zien hoe ze weer in Daytona komt. „Drivers License!” blaft de cop. Ik laat mijn uitklapbare roze rijbewijs zien en hij schijnt er op met zijn zaklantaarn. Hij wordt al iets kalmer. Ik heb dat tijdens m’n trip in ’82 al 10 keer eerder meegemaakt; dronkensteboven achterstevoren op je fiets, zonder helm, te veel herrie, je komt bijna overal mee weg als buitenlander. Het is ze gewoon te ingewikkeld en te veel papierwerk. Hij sputtert nog wat na en bezweert me dat als ie mij dit ooit weer ziet doen, dat ik dan absoluuut en zonder pardon de bak in ga. We mogen verder, Robin moet lachen om de porum van de cop toen ie mijn miniposter formaat rijbewijs probeerde te lezen. Ik hou me aan de speedlimits en stop nu overal waar ik moet stoppen. Tien mijl verderop worden we weer aangehouden. Dit keer door een jonge cop die niet boos is, zelfs vriendelijk en beleefd.
Ik vraag waarom ie ons aangehouden heeft en hij zegt dat ie het gewoon niet vertrouwde. Een Biker en zijn Old Lady op een tamelijk luidruchtige Harley en ze stoppen voor alle stopborden en rijden geen meter te hard. Dat bestaat niet volgens hem.
Things are different on a Harley.
Harley is inderdaad veranderd: de Low Rider (zadelhoogte 67 cm) heeft een nieuw frame, een stevigere voorvork, betere remmen, een soepele, betrouwbare en verrassend snelle ‘Evolution’ motor in plaats van de gebruikelijke ‘Shovelheads’… Qua techniek maakte de Motorcompany een sprong vanuit de jaren zestig naar de ‘Eighties’, terwijl er veel van de oude charmes en tradities bewaard is gebleven. Harley bleef gewoon Harley, dus different.

Share this: