Saturdaynight BT April ’86 – sp

Saturday Night Fever in Merriman, Nebraska, USA

Het is alweer een paar zomers geleden dat free-lance grafisch vormgever Kees Hoekstra naar en door de States reisde. Je hebt daar al eerder over kunnen lezen in MOTO 73. Die hadden echter niet voldoende ruimte om alle avonturen te plaatsen zodat er mooie, leuke, griezelige verhalen, voorvallen en anecdotes op de plank zijn blijven liggen. Het hieronder geplaatste verhaal speelt zich af in Merriman, Nebraska waar drinken, stock car races, dansen & knokken de vaste hoogtepunten van de zaterdagavond zijn. (Het vervolg vindt plaats in Ohio, een Staat verderop).

Kees reisde drieënhalve maand door de States. Met zijn per boot meegebrachte Harley-Davidson legde hij ruim 18.000 km af; van New York naar Californië, vandaar naar Sturgis, Zuid Dakota (het grootste motortreffen ter wereld) en via Maine (het Scandinavië van Amerika) terug naar New York. De Harley deed het wonderwel goed en behalve voor het normale onderhoud hoefde het meegenomen gereedschap bijna niet gebruikt te worden.
In tegenstelling tot wat het Nebraska-verhaal doet vermoeden kwam Kees vooral veel aardige mensen tegen en hij is nog steeds onder de indruk van de Amerikaanse gastvrijheid. ‘Als je op een HD met buitenlandse kentekenplaat door de States reist ben je bij voorbaat De Bink. Je krijgt bieren aangeboden, je moet mee-eten en blijven logeren’. De Harley was speciaal voor de reis gekocht: ‘Je doet jezelf tekort als je op een ander merk door de States reist’.Vóór de U.S.-trip reed/reisde Kees uitsluitend met Engelse motoren maar sinds die tijd moet zijn Norton Commando de stalling delen met een betrouwbare Harley-Davidson.

Op weg naar Sioux City over Highway 20, tweebaansweg bijna zonder bochten, door een veeteeltgebied. Ik stop bij een tankstation om half negen ’s avonds. Even vragen wat het plaatselijk motel kost: $8, de laagst genoteerde prijs. In Las Vegas zelfs 11 en een halve dollar betaald om m’n tentje op te mogen zetten. Hoogste tijd voor een bad en schone kleren. Troep afladen, in m’n kamer brengen en naar de kroeg. Saturdaynight in Merriman, Nebraska. Veel cowboys met grote Stetson hoeden, western-overhemden en jeans. Er komt een vitaal uitziende 60-plusser naast me zitten die bier besteld, varkens fokt en minstens vier jaar in Noord-Afrika en Europa gevochten heeft in die stinkende tweede wereldoorlog. Met de vlammenwerper op pad en Duitsers roosteren in bunkers. D-Day meegemaakt en als een van de weinigen uit zijn compagnie al die ellende overleefd. Aan de andere kant van mij zit een onmeunig grote kerel met armen als boomstammen in hoog tempo vette whiskies te drinken. Hij wordt dronken en agressief, weet niet waar Holland ligt, denkt dat ik Italiaan ben en zegt dat ie een bloedhekel heeft aan Italianen. Ik ga er niet op in, laat m’n wenkbrauwen in de laagste stand zakken en kijk hem langer aan en met minder respect dan hij waarschijnlijk gewend is. Vervolgens dronkemansgelul over Harleys. De zijne die hij reeds lang geleden verkocht heeft en de mijne. Hij wil een ritje maken met mijn motor. Dat kan natuurlijk niet. No fuckin way, zeg ik. Dat maakt zowaar indruk en hij moet daar even over nadenken. Well, I mean you ride and I’ll sit on the back. Daar moet ik even over nadenken maar hij blijft aandringen. 
– Okay, let’s go,
– Now?
– Right now!
De dikke man hobbelt achter me aan naar buiten. Hij krijgt het een beetje benauwd, zegt dat ik voorzichtig moet rijden en vraagt als ik de motor gestart heb, You’re not gonna kill me, are ye? De uitlaat komt bij de eerste bocht al aan de grond hoewel we absoluut niet hard gaan. De achtervering heeft het zwaarder te verduren dan ooit. We rijden langs de race-track waar eerder die avond een stockcar race gehouden is en waar nu voorbereidingen aan de gang zijn voor een dansfeest.

Al na een paar mijl is de motor op temperatuur en ik snok wat harder aan het gas. Rowland moet zich nu goed vasthouden en ik merk dat ie niet echt stevig achterop zit. We draaien om en ik vraag of ie allright is en trek een sprint richting dorp. Whooooiee! ik schreeuw ook een paar rodeokreten en met de voor de U.S. pittige snelheid van 80 mijl scheuren we het dorp weer in. We stoppen bij het café. Rowland blijkt zijn pet te zijn verloren maar dat kan hem niks schelen. Terug in de bar kom ik in gesprek met de zoon van World War Two. Rowland zit een paar krukken verderop glazig voor zich uit te staren. Nieuw glaasje whisky in een van z’n kolenschopklauwen. Hij wenkt de dame achter de bar, buigt iets over de bar en zegt op gedempte toon: ‘That guy is from Holland, you don’t mess around with that guy’.
Donald, de zoon van WO 2 wil naar de dance en vraagt of ik meewil. Prima plan. Met z’n drieën, pa ondertussen ontzettend dronken en in het midden gezeten rijden we in de Chevy pick-up truck naar het feestterrein.

Drie dollar per persoon schokken ziet niemand zitten. Pa heeft er tabak van, wordt om de vijf minuten even wakker en mompelt dan dat ie naar huis wil.
But Donald and me, we came to dance en Donald is net zijn verkering, een verlopen 50plus troela, tegengekomen. Zij moet iemand thuisbrengen maar belooft terug tekomen en ons naar binnen te loodsen zonder entree.
Mary-Jane komt terug, Donald en ik stappen in haar Pontiac en pa blijft total loss in de truck zitten. Op de openlucht dansvloer ligt een soort linoleum en een beetje zand. Rondom tien pilaren en daarop een puntdak. Een driemansbandje speelt slappe country en pakweg twintig teeny-boppers swingen en schuiven. Tussen hen Donald die iets over de dertig is en zijn MaryJane. Aan de kant nog eens twintig kids. In een huisje vlakbij worden hamburgers verkocht maar geen drank. Lieden die wel dronken zijn en dat zijn er heel wat, hebben zelf drank meegenomen of komen net uit de bar. Mary-Jane leert mij walsen zoals de cowboys walsen; niet echt moeilijk maar wel op blijven letten en meetellen.
De band maakt een pauze. We staan wat te lullen en te roken en hangen tegen de grote auto’s. Donald heeft pa uit de truck gehaald maar ondanks dat ie geen entree hoeft te betalen wil ie niet dansen.
Plotseling hoor ik vlakbij mij schelden en vloeken en dan een knal. Voordat ik echt in de gaten heb wat er gebeurt en waar het gebeurt valt een man vlakbij mij achterover op de motorkap van een auto. 
Blijft daar even liggen, rolt langzaam opzij. Zijn neus bloedt van hebbikjouwdaar. Ik doe een stap naar voren omdat ik hem op wil vangen voordat ie op de grond valt maar Donald pakt mij bij mijn arm en trekt me hard tegen de auto aan. Let go! sist hij. Niemand steekt een hand uit of durft wat te zeggen. We staan allemaal te kijken naar de man die ondertussen op de grond gevallen is en nu bewusteloos op zijn buik ligt terwijl het bloed in ruime mate uit zijn neus in het gras stroomt. 
De cowboy die de dreun uitdeelde staat met z’n vuisten klaar en kijkt rond of er nog iemand een beuk wil. Donald loodst Mary-Jane naar haar auto en pa die opeens redelijk nuchter is trekt mij mee naar de pick-up. Donald komt terug en pakt voor ons alle drie een blikje Budweiser uit de bak en we rijden weg. Na 500 meter, we zijn net van het terrein af en rijden nu op een stikdonkere weg, stuurt hij de berm in. Waarschijnlijk een lekke band. Ik stap ook uit en we vinden twee lekke banden, beide aan dezelfde kant. Donald laadt twee reservewielen uit de bak, staat te vloeken, zegt dat dat geen toeval kan zijn en ik verwissel de wielen. Pa kijkt toe en herhaalt keer op keer dat ie in Vetal had moeten blijven. Op de parkeerplaats bij de danstent worden een tiental auto’s gestart, waarschijnlijk omdat de vechtpartij nu pas echt op gang komt. Pick-up trucks met zware V8 motoren racen onze kant op. Pa die onvast op z’n benen staat moet Donald bij zijn schouder pakken om niet om te vallen.
Donald begrijpt dat verkeerd, denkt dat z’n vader hem wil waarschuwen dat één van de aanstormende trucks de onze gaat rammen, en springt in de sloot. Senior die z’n steun kwijt is, raakt nu echt uit zijn evenwicht en valt ook in de sloot. We worden gelukkig niet geramd (maar kennelijk is alles hier mogelijk) en als de mannen een beetje opgedroogd zijn en ik de wielmoeren aangedraaid heb vervolgen we onze weg.
Ze zetten mij af bij het motel en beginnen aan de 40 miles naar huis. De volgende morgen – ik had mezelf uitgenodigt bij hun te komen ontbijten – hoor ik dat de motor van de truck afgeslagen is toen pa het stuur over zou nemen en dat ze in de middle-of-nowhere tot negen uur ’s morgens hebben moeten wachten voordat er hulp op kwam dagen.

Highway 20 IOWA

Ik rij alweer een paar uur rechtuit, heb al met twee benen aan één kant op de motor gezeten, gestaan op de buddy met één hand aan het gashandle en onderuit gezakt met de benen naar voren over het stuur. Dat is een zeer comfortabele houding, leunen tegen de topbox, linkerhand in de jaszak, de rechter aan het stuur en m’n benen over elkaar geslagen. Ondanks m’n grote maat laarzen blijft er genoeg zicht over. Wel uitkijken natuurlijk dat er geen wespen of andere beestjes je broekspijpen invliegen. Dat er niet geschakeld kan worden is niet echt een probleem omdat de Harley zonder stotteren en zonder dat de krukaslagers er direct uitvallen tot onder de 50 km/h kan rijden in de vier.

Met die snelheid kun je ook de meeste stoplichtloze dorpjes wel doorrijden. Er hoeft trouwens bijna niet afgeremd te worden, Highway 20 gaat honderden mijlen rechtuit en het landschap van Iowa is zeer eentonig. Even buiten Waterloo – ik zit op dat moment normaal op de motor – steekt plotseling een grote bruine hond de weg over. Uitwijken voor dieren heb ik mezelf in de woestijnen en de bergen met veel moeite afgeleerd en voor remmen is het te laat. De hond heeft mazzel want ik raak hem net niet. Z’n mazzel is echter van korte duur want de vrachtwagen die van de andere kant komt raakt hem wel.
Ik stop onmiddellijk, zet de motor aan de kant van de weg en ren terug naar de plaats waar de hond aangereden is. De trucker is doorgereden.
Het arme dier ligt verschrikkelijk – door merg en been gaand – te huilen en moet wel ontzettende pijn lijden want z’n hele achterlijf is plat gereden.
Ik weet eerst niet wat ik moet doen, hulp gaan halen of het beest naar de stad brengen, het kan toch niks meer worden. Ik zet m’n laars op z’n nek en druk hem z’n strot dicht zodat het gehuil ophoud en vrij snel zakt z’n kop levenloos op de grond.


Share this: